Maleier
De brouwerij heeft momenteel zes bieren in het vaste assortiment:
Maleier Pils,
Maleier Pils Extra
Maleier Gold,
Maleier Stout,
Maleier DubbelBruin
Maleier Tripel.
 
En de bieren hieronder zijn incidenteel verkrijgbaar. Zie webshop of ze voorradig zijn!
Stronga Bomba
Triple Citrus (triple van biologische mout met Cascade-hop uit eigen tuin)
Blonde Bock
Last Nights Recovery
INDA (I never drink again)
 
Maleier heeft een aantal mooie referenties gehad. Zie hiervoor op https://untappd.com/w/maleier/234332

LET OP! Maleier bier heeft gist op de fles.

Bij sommige bieren is vermenging met het bier smaak-verhogend.

Bij andere bieren is het beter het laatste beetje bier in de fles te laten. In dat soort gevallen doen wij doen ons uiterste best deze bieren zo weinig mogelijk gist mee te geven.

Verder maken wij regelmatig seizoen -en gelegenheid bieren.
 
Stronga Bomba. Een Quadruppel om lekker dronken te worden
Triple citrus. Van biologische mout en zelf gekweekte, onbespoten, Cascade hop.
 
Wij maken ook appelcider.  
 
Ook maken wij bieren op bestelling voor speciale gelegenheden zoals bruiloften met een speciaal etiket!

Blauw staat voor dronken. Er wordt ook wel gezegd "zat als een Maleier". Het heeft te maken met het blauw kleuren van kledingstoffen. Blauw werd vroeger gemaakt van wede, een oxidatie-kleurstof. De bladeren van de wede werden geoogst door ze van de stengel te trekken. De bladeren werden fijngestampt en vervolgens in de zon gedroogd. De blauwververij vereiste mooi weer, het moest minstens twee weken lang heet zijn. In een kuip, die ongeveer 600 liter vloeistof kon bevatten, deed men 25 kilo gedroogde wedebladeren. Daarna werd vloeistof toegevoegd tot alle bladeren goed bedekt waren. Er was een unieke chemische vloeistof voor nodig: verse, menselijke urine. In de zon begon het mengsel van urine en wede te gisten. Daarbij ontstond er alcohol, die de blauwe kleurstof uit de bladeren losmaakte. Door een tweede gisting werd de kleurstof in water oplosbaar. Pas dan kon er worden geverfd. Het duurde tenminste drie dagen voordat de kleurstof uit de bladeren was opgelost.

De ververs-gezellen moesten zolang drie maal per dag de rottende bladeren in het mengsel omwerken. Ze deden dat door met blote voeten in de kuip trappende bewegingen te maken. De in alcohol opgeloste kleurstof moest in water oplosbaar worden gemaakt. Voor de tweede gisting voegde men zout toe aan de blader-massa. De bakken werden tot de rand met urine gevuld, daarna moest men weer drie tot acht dagen wachten. De ververs hadden dan niets anders te doen

dan ’s morgens en ’s avonds de brij voorzichtig om te werken, de door de zon verdampte urine aan te vullen en vooral te zorgen voor een continue toevoeging van alcohol. Want hoe beter de gisting, hoe sterker de kleurstof en hoe intensiever het blauw.

Pas wanneer er zich schimmel op de massa had gevormd kon men de te verven stoffen en garens erin leggen. Een hele dag moesten ze in de oplossing liggen, tot ze genoeg kleurstof hadden opgenomen. Daarna werden de stoffen gespoeld, weer in urine. Maar dan waren de stoffen nog niet blauw, dat ontstond pas tijdens het drogen van de stoffen in de zon. Bij het ‘verblauwen’  moest voor een gelijkmatige kleuring de stoffen en garens regelmatig worden omgedraaid.

Afgezien van de stank was blauw verven een aangename bezigheid. De ververs werkten buiten, bij mooi weer, en er was rijkelijk te drinken. Wanneer er ververs op klaarlichte dag dronken in de zon lagen, wist iedereen: die maken blauw. En wie blauw had gemaakt, die was zo blauw als een Maleier!